Heb je het idee voor jouw onderneming opgedaan bij een eerdere werkgever? Wordt jouw onderneming een directe concurrent van het bedrijf waarvoor jij werkte vóór je start? Kijk dan zeker uit of je geen concurrentieverbod overtreedt.

In sommige arbeidscontracten wordt een niet-concurrentiebeding opgenomen. Dergelijke clausule in de arbeidsovereenkomst verhindert dat een werknemer tijdens de tewerkstelling, na ontslag of na uitdiensttreding, met de verworven knowhow soortgelijke activiteiten uitoefent. Meestal wordt er voorzien dat dit verbod zowel geldt als loontrekkende als zelfstandige. Om geldig te zijn, moet het beding aan een aantal strikte voorwaarden beantwoorden, waarvan sommige verschillen naargelang het om een arbeidsovereenkomst voor arbeiders, bedienden of handelsvertegenwoordigers gaat. Voor de handelsvertegenwoordigers geldt er een bijzondere regeling.

Geldigheidsvoorwaarden van het niet-concurrentiebeding

Het niet-concurrentiebeding moet schriftelijk en voor iedere werknemer afzonderlijk worden vastgelegd, hetzij bij de indienstneming, hetzij later. Het concurrentieverbod vervat in het beding is slechts geldig indien het betrekking heeft op ‘soortgelijke’ activiteiten in soortgelijke ondernemingen. Een beding dat ‘iedere’ activiteit verbiedt bij een concurrent is nietig.

Bovendien is een niet-concurrentiebeding beperkt in tijd en ruimte:

  • het concurrentieverbod geldt voor maximaal 12 maanden vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst, en
  • is geografisch beperkt tot die plaatsen waar de ex-werknemer de werkgever werkelijk concurrentie kan aandoen, gelet op de aard van de onderneming en haar actieradius.  Het is in ieder geval beperkt tot het Belgische grondgebied.

Onder bepaalde voorwaarden kan hiervan afgeweken worden.